
Nanda de Jong – Hempelman 100 jaar
· leestijd 1 minuut AlgemeenEPE- “Kom hier, jij bent ook een Amsterdammer en jij krijgt een kus van me!”, zegt Nanda de Jong – Hempelman enthousiast tegen burgemeester Tom Horn bij zijn bezoek in de Rozenhof. Zijn komst had een bijzondere reden: de nog altijd zeer energieke Nanda werd zaterdag maar liefst 100 jaar.
De eeuwling komt dus oorspronkelijk uit onze hoofdstad en groeide op aan de Overtoom als één na jongste in een katholiek gezin met zes kinderen. Daar leerde ze ook haar man Dick kennen. “Hij woonde tegenover ons en mijn zusje had verkering met een broer van hem”, vertelt de jarige. “Hij had eerst nog een relatie. Later, toen dat uit was, stond hij onderaan aan de trap bij ons en zei ‘ik hou van je’. Dat zei hij ook op de dag van zijn overlijden. We zijn altijd bij elkaar gebleven en hebben een goed huwelijk gehad, met alle ruzies die daar bij horen.” Het stel kreeg drie kinderen. “Ons eerste kindje, een meisje, werd doodgeboren. Later hebben we nog twee zonen gekregen; Roel en Michiel. Ik kan ontzettend goed met ze en ook met mijn schoondochters!” Dicks werk – bij KVK, een Deense pigmentfabriek in Apeldoorn – bracht hen in 1961 naar Epe. “Epe was toen nog heel klein, met koeien op de Markt. We gingen wonen aan de Sparrenlaan, waar toen nog maar anderhalf huis stond”, vertelt Nanda. De overgang naar de Veluwe ging haar goed af: “Het buitenleven zat in mij. Dit paste bij mij.” De eeuwling werkte voor haar trouwen nog als stenotypiste, maar zoals dat in die tijd ging moest ze stoppen met werken na haar huwelijk. “Wat ik toen deed? Me stom vervelen”, zegt ze met een knipoog. “Gelukkig had ik hobby’s bij de vleet. Zo deed ik aan hockey en golf. Ik wandelde wel 25 km per dag en fietste regelmatig 75 km per dag. Ik ben altijd heel sportief geweest. Ik denk dat ik daar ook aan heb te danken dat ik nog zo fit ben!” Op Eerste Kerstdag 2007 overleed haar grote liefde Dick en op Oudejaarsdag heeft de familie hem uitgestrooid. “Ik hoop na mijn dood bij hem uitgestrooid te worden. Velen in mijn familie waren zo dood en ik hoop dat het mij ook zo vergaat”, zegt ze. Tot het zover is, geniet ze van het leven in de Rozenhof waar ze nu alweer twaalf jaar woont. “Ik vind het hier fantastisch! Ik ben zo fit als wat en doe al mijn boodschappen nog zelf. Ik ben heel blij dat ik nog zo goed kan!”
























