Afbeelding
.

Burgemeester schrijft 100 dagen brief

· leestijd 3 minuten Algemeen

HEERDE- Burgemeester Olaf Prinsen heeft de raad van Heerde een brief gestuurd over zijn eerste honderd dagen als burgemeester van de gemeente. Een brief waarin hij zich niet alleen richt tot de raadsleden, maar ook tot de inwoners van de gemeente. 

Zijn belangrijkste boodschap: “Hoe leuk we het hier hebben! Natuurlijk ben ik vaker van baan gewisseld, maar dit had grote impact op het hele gezin. Op alle fronten voelt het gelukkig heel geslaagd en passend”, vertelt burgemeester Prinsen. “Wanneer je iedere dag het mooie om je heen ziet, voelt het op een gegeven moment vanzelfsprekend. Ik ben natuurlijk net binnen in deze gemeente en ik vind het heel bijzonder. Veel en unieke winkels, actieve ondernemers, een rijk verenigingsleven, betrokken kerken, evenementen waar ménsen achter staan en niet een bureau. Het is uniek en moet gekoesterd worden!” 

Actiepunten

Om daar een steentje aan bij te dragen, zijn er drie actiepunten waar de burgemeester mee aan de slag wil gaan. Het eerste draait om eigenheid: “Wat maakt Heerde nu precies Heerde? Om die eigenheid te behouden, is het belangrijk om te weten wat het dan precies is. Bij wat níet eigen is kun je dan ook prima de samenwerking met andere gemeente zoeken”, stelt Prinsen. “Ik denk dat het goed is om dit op papier te zetten. Daarom wil ik een groep starten met mensen die actief zijn in Heerde en samen op zoek gaan naar de eigenheid van Heerde en dát opschrijven. Een bijeenkomst onder de titel Heerde mooiste plekkien, uit het Heerder Volkslied, vormt de aftrap van die zoektocht.”

Een tweede punt betreft rolbewustzijn. “De democratie is in de loop van honderden jaren geworden tot wat het nu is en we hebben allemaal onze rol daarin. Ik denk dat het belangrijk is dat iedereen zich ook bewust is van die rol, zodat we elkaar ook op de juiste manier kunnen aanspreken. 

Als een raad iets anders vindt dan een wethouder, dan betekent dat niet dat de wethouder iets fout heeft gedaan. De raad mag het debat aangaan. We moeten met elkaar in gesprek blijven om samen het proces zo goed mogelijk vorm te geven en ook zo goed mogelijk te kunnen functioneren.”

Participatie

Participatie, landelijk ook een hot topic, is het derde aandachtspunt. “Participatie wordt vaak gezien als de heilige graal, maar dat is wat mij betreft niet zo. Te vaak wordt gedacht: als het participatieproces goed plaatsvindt, is iedereen het er mee eens. Maar dat is helemaal niet de intentie van participatie. Het gaat er om dat een ieder zijn argumenten op tafel kan leggen. Maar hóe die argumenten worden gewogen, hangt ook weer af van het proces. Gaat het over de komst van een speeltuin in een buurt, dan is het logisch dat de mening van omwonenden zwaar weegt. Maar bij de komst van een AZC speelt ook het algemeen belang. Daarover moeten we aan de voorkant heel duidelijk zijn: wat kunnen we met jouw mening en visie?” 

De burgemeester wil graag een werkgroep starten met bestuurders, de ambtelijke organisatie en raadsleden die agenderend werkt. “En dan gaan kijken naar wat we hier al over gedocumenteerd hebben, alle stukken bij elkaar zoeken. Welke lessen kunnen we hier uit halen, wat kan beter? Daarnaast gaan we dan ook in gesprek met mensen die hebben meegedaan aan participatie. Wat hadden zij er van verwacht, wat deed de gemeente wel of niet goed?” Prinsen beseft dat het een utopie is dat iedereen tevreden is. “We moeten accepteren dat er altijd mensen zullen zijn die ergens niet blij mee zijn. Het hoort ook bij de rol van overheid; je moet je weg vinden tussen individueel en algemeen belang. Wat wij hier doen heeft impact op de leefomgeving van de inwoners. Maar we moeten oppassen voor verzuring.” 

Zoektocht

Prinsen heeft bewust gekozen voor deze onderwerpen: “Deze drie punten zijn zaken waarvan ik denk dat ze de meeste impact hebben, het meeste gevolg hebben voor de gemeenschap. Een zoektocht naar de onderlinge verbinding en tegelijkertijd een zoektocht voor mezelf: wie ben ik als burgemeester en wat kan ik bijdragen in mijn rol? Het boven de partijen staan, vind ik niet moeilijk: het past bij hoe ik in elkaar zit. Wat ik wel lastig vind, is om niks van dingen te vinden, om op mijn handen te moeten zitten. Ik ga over veiligheid en ben voorzitter van de raad en het college. Ik ben onderdeel van het college, maar de anderen hebben de portefeuilles. Dát is mijn rol. Ik moet daar zelf ook scherp op blijven.”

Is er dan niets tegen gevallen? “Nee, oprecht niet. Ik benoem deze aandachtspunten ook niet omdat er zaken niet goed gaan, maar juist omdat heel veel wél goed gaat. Als ik kijk naar de kwaliteit van de debatten in de raad, collegeleden die elkaar aanvullen, de ambtelijke ondersteuning. In mijn brief geef ik ook aan dat ik Jan Willem Wiggers zeer erkentelijk ben voor hoe hij Heerde heeft achtergelaten. Er is rust en vanuit die rust mag ik gaan bouwen. En ook persoonlijk: hoe ik hier ben welkom geheten door de inwoners. Onvoorstelbaar hoeveel mensen ik hier al heb ontmoet. Een compliment aan de gemeenschap is op zijn plaats. Met deze opdrachten wil ik dat graag behouden en daarin een rol van betekenis spelen. Door goed te doen, het goede behouden: op een eigen manier passend bij Heerde.”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie