Afbeelding
Foto: Dunya Verwey, museum Geelvinck

Mini-Erfgoedfestival De Schipbrug van de Basjkieren

· leestijd 1 minuut Algemeen

VEESSEN- Om aandacht te vragen voor de geschiedenis die de Basjkieren met Veessen verbindt, organiseert Museum Geelvinck, initiator van het Basjkierenmonument, op zaterdag 11 november een mini-erfgoedfestival bij het ruiterbeeld aan de haven in Veessen. 

Basjkieren in de diaspora presenteren hun cultuur van 12.30 tot 15.30 uur. Zij zijn in traditioneel kostuum gekleed en laten zien hoe Basjkieren boogschieten, muziek maken en dansen. Er zijn Basjkierse hapjes met honing en thee uit de samovar.  Van 15.30 tot 17.00 uur is er een lezing met de titel: ‘1813-2023: 210 jaar Basjkierse- Nederlandse Gedeelde Geschiedenis’. U kunt hierbij iets opsteken over de geschiedenis van de schipbrug en over de historische achtergrond van de Basjkierse cultuur. De toegang is gratis, het erfgoedfestival wordt mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Heerde.

Dat Veessen het ‘Kozakkendorp’ wordt genoemd, heeft zij te danken aan een wapenfeit uit november 1813. Toen werd tussen Fortmond en de Kozakkenkrib bij de Hank een schipbrug over de IJssel gelegd. Hiermee konden de Geallieerden de stad Deventer, een bolwerk van de Franse bezetter, goed omsingeld houden en snel troepen over de IJssel brengen. Dat was van strategisch belang voor de bevrijding van het westen van Nederland. Die schipbrug werd echter niet gelegd door Kozakken, maar door Basjkieren. Deze waren neergestreken in Wijhe, waar zij hun basiskamp hadden opgezet. Basjkieren staan bekend als goede pontonniers. Vanuit Wijhe namen Basjkieren deel in de voorhoede van de Geallieerden, die binnen enkele weken de Fransen uit ons land wisten te verdrijven. Zo behoorden de Basjkieren tot de eersten die Amsterdam en Den Haag wisten te bereiken. Daarmee hebben zij een belangrijke bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland uit Napoleons dictatoriale greep.

Van oorsprong zijn de Basjkieren een trots nomadisch volk uit het steppengebied aan de voet van de Oeral, een kleine 4.000 kilometer oostelijk van Veessen. Inmiddels leven zij al vier eeuwen onder Russische overheersing. Opstanden worden met harde hand neergeslagen. In hun thuisland Bashkortostan, dat een stuk kleiner is dan hun oorspronkelijke woongebied, vormen de Basjkieren nog slechts een minderheid. Als tweederangsburgers, zijn zij achtergesteld en worden zij ingezet als kanonnenvoer. Er wordt geen lesgegeven in hun eigen taal; deze is verwant aan het Turks. De anderhalf miljoen Basjkieren doen echter hun best om hun eigen cultuur levend te houden. Zij zijn bijzonder verguld met het ruiterbeeld in Veessen, dat – samen met het kunstwerk in Wijhe, dat de plek van hun kampement markeert – het enige monument in West-Europa is, dat gewijd is aan hun bijdrage aan de val van Napoleon. Verder is er alleen een plaquette in Leipzig ter herinnering aan de vele Basjkierse ruiters, die het leven lieten in de Volkerenslag. 

De activiteiten op zaterdag 11 november vinden plaats in en rond de tent op het grasveld rondom het Basjkierse Ruitermonument aan de Kozakkenhaven van Veessen, tussen de Molen van Bats en voormalig restaurant IJsselzicht, IJsseldijk 40, Veessen. Foto: Dunya Verwey, museum Geelvinck.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie